Studieprogramma
In het eerste jaar start je met een project over de opbouw van het landschap, gevolgd door een aantal kennismodulen op het gebied van landschapsecologie, bodemkunde, en hydrologie, landbouw en economie, statistiek, vegetatiekunde en GIS. In de eerste helft van het tweede jaar schrijf je een beheersplan voor een bos met een multifunctioneel gebruik. In het volgende semester maak je met je projectgroep een Landschapsontwikkelingsplan waarin je je visie presenteert op de inrichting en het gebruik van een bepaald gebied.
Het derde jaar wordt beroepsgerichter: je vergroot je vaktechnische kennis en vaardigheden. In het project 'Inrichting en inventarisatie´ wordt natuurontwikkeling in het rivierengebied gekoppeld aan waterberging. Tevens leer je hoe je flora en fauna systematisch kun inventariseren en ecologische gegevens kunt analyseren en interpreteren.

Kernvakken zijn: natuurtechniek, faunabeheer, landschapsecologie, planologie, vegetatiekunde en analyse ecologische gegevens. In het vierde jaar bestaat het eerste semester uit twee projecten op het gebied van inrichting en monitoring. In het tweede semester studeer je af. Daarbij is het belangrijk dat je zorgvuldig je afstudeeronderwerp kiest. Dit is immers bepalend voor je verdere kansen op de arbeidsmarkt. Je sluit je studie af met een thesis en een mondelinge verdediging hiervan.