Propedeuse en tweede jaar
De major Tropical Forestry is zeer internationaal gericht. Het grootste gedeelte van de major wordt geheel in het Engels gegeven. Veel nadruk wordt gelegd op de ontwikkeling van vaardigheden waarmee je goed kunt functioneren in een omgeving die sterk afwijkt van de onze.
De major start met een brede oriëntatie in het bos- en natuurbeheer. Halverwege het tweede jaar begin je de specialisatie met een project over de evaluatie van landgebruik met Kenia als virtuele locatie. Hoe vind je de juiste balans tussen technische, sociale en financiële aspecten van land- en bosbeheer?
In de volgende periode ontwikkel je vaardigheden voor het verrichten van praktisch veldonderzoek. In de tropen is vaak een gebrek aan betrouwbare achtergrondgegevens, zodat het zelfstandig kunnen verzamelen en interpreteren daarvan van groot belang is.

Thema's in het eerste en tweede jaar
In het 1e jaar (propedeuse) komen er 4 thema's aan bod. Deze thema's staan centraal in een periode van 10 weken. Door middel van colleges, practica, rondleidingen en excursies ben je in staat aan het eind een rapport in te leveren. Dit doe je niet alleen, in de thema's werk je in groepen van 2 tot 8 personen, waarmee je samen tot een goed resultaat moet komen.
De thema's van het eerste jaar zijn:
De Gebiedsontwikkelaar
Hier schrijf je een plan voor een groot landgoed net ten noorden van Arnhem. Het plan houdt in dat je natuurwaarden wilt verhogen en de recreatie wilt laten toenemen. Met z'n alleen maak je een zevental opdrachten die samen leiden tot het uiteindelijke rapport. Bij de opdrachten moet je denken aan; vegetatiekaarten, natuurwaardenkaarten, infrastructuur, water, begrotingen en bodemkunde. Uiteraard inventariseer je de kwaliteiten en knelpunten, ga je beheers- en inrichtingsmaatregelen beschrijven en kom je zo tot het eindbeeld.
De Onderzoeker
In het tweede thema van het eerste jaar ga je ervaren hoe het is om Onderzoeker te zijn. Hoe los je een bepaalde vraag op, ook rekening houdend met de praktische mogelijkheden? Daarbij is "zorgvuldigheid" een trefwoord dat vaak terug zal komen dit thema. Dat begint al bij het stellen van de vraag, maar geldt ook voor het verzamelen en analyseren van gegevens, en gaat door tot en met het rapporteren over de uitkomsten. Kern van het thema zijn daarom de onderdelen Onderzoeksmethoden en Statistiek. Er is ook veel aandacht voor taalvaardigheid, zowel in het Nederlands als in het Engels. Je volgt ook veel practica waarin je leert om volgens normen gegevens te verzamelen.
Na een paar weken kun je kiezen uit een aantal onderzoeksvragen, die bij verschillende Majors passen, zodat er altijd wel een naar je wens bij is. De vrij algemene vraag moet je omvormen tot een specifieke vraag die onderzoekbaar is. Een belangrijke startfase van onderzoek, ook voor de planning. Daarna ga je echt gegevens verzamelen en analyseren, zodat je weet met welke betrouwbaarheid je uitspraken kunt doen. Dit rapporteer je in een onderzoeksrapport en presenteer je aan (een deel van) je studiegenoten.
De Landschapsadviseur
Tijdens het thema " De Landschapsadviseur " gaat het om het inrichten en vormgeven van het landschap. In zes weken tijd komen de belangrijkste landschapstypen uit Nederland langs. Je leert welke dier- en plantensoorten binnen een bepaald landschapstype voorkomen en waarom. Vakken als bodemkunde, ecologie, fauna en vegetatiekunde geven je de benodigde kennis om het landschap te kunnen "lezen".
De Beheerder
Tijdens dit thema verplaats je je als projectgroep in een team dat werkzaam is voor een adviesbureau op het gebied van natuur- en landschapsontwikkeling. In opdracht van een eigenaar ga je voor zijn grondgebied een uitvoeringsklaar inrichtingsplan opstellen met daarbij een beheersplan en een begroting voor de eerstkomende 5 jaar. Je inventariseert de huidige biotische (flora/fauna) en abiotische (water, bodem) omstandigheden, bepaal je het aanleggen van natuurdoeltypen op basis van de huidige wet- en regelgeving), stel je maatregelen op voor het ontwikkelen van natuurdoeltypen en maak je een begroting van dit alles. Naast deze opdracht werk je in deze periode ook aan Engels werken. Met behulp van deelopdrachten ga je zelfstandig de buitenlandse markt onder de loep nemen en breng je in kaart welke ambities je hebt om tijdens of na je opleiding naar het buitenland te gaan.
Derde en vierde studiejaar
In het derde jaar begin je met een project over plantagebosbouw in een tropische setting. Je leert de financiële en sociale haalbaarheid van bosaanleg te beoordelen. Hoe maak je de juiste keuzes ten opzichte van de gestelde doelen, de financiële mogelijkheden en binnen de normen van verantwoord bosbeheer?

Vervolgens ga je verder met een reeks debatten over actuele thema's onder de noemer 'forest policy'. Je sluit het jaar af met een stage in een tropisch land naar keuze. Met deze tropenervaring begin je aan het vierde jaar.
Bijvoorbeeld met projecten waarin planningsmethoden zoals Logical Framework of het gebruik van Geografische Informatie Systemen (GIS) aan de orde komen. Een ander onderwerp is het maken van een communicatieplan en -materiaal.
Verder ga je aan de slag met de ontwikkeling van een state-of-the-art bosbeheersplan. In groepen maak je kaarten (met GIS), werk je aan de analyse van bosinventarisatiegegevens, sociale aspecten en opbrengstregulering, alles in overeenstemming met de moderne criteria voor duurzaamheid.
Je studeert af met de uitvoering van een onderzoeksproject in een tropisch land, om uiteindelijk je bachelor's thesis te schrijven en verdedigen.