Project: Studiedag co-vergisting en beleid

 

Op 30 november 2006 vond de studiedag 'co-vergisting en beleid' plaats in Van Hall Larenstein te Leeuwarden. Centraal tijdens deze studiedag stond de vraag: Welke ontwikkelingen op het gebied van co-vergisting kunnen gemeente verwachten nu de MEP (tijdelijk) is afgeschaft? Tijdens deze studiedag zijn verschillende sprekers aan het woord geweest:

 

  • Van Hall Larenstein, Sietze Bottema; Opening
  • E-kwadraat, Douwe Faber; Vergisting van invoer via gas productie tot elektra, warmte, digestaat en aardgas productie.
  • Energy Valley, Patrick Cnubben; Wat komt er na de MEP.
  • Energy Valley, Patrick Cnubben; Groengas keten.
  • DLV, Jan Schellekens; Ideale locatiekeuze en optimale benutting van alle reststromen zonder subsidie.
  • Provincie Groningen, Nynke de Jong; Rol van de provincie en de nieuwe notitie mestvergisting Groningen/Drenthe.
  • Gemeente Emmen, Rudi Gengler, Gemeentelijke keuzes, Emmen als voorbeeld.


Tijdens de discussie aan het eind van de studiedag bleek de vraag "hoe de snel groeiende vormen van duurzame energie goed in te passen in het ruimtelijkeordeningsbeleid" bij vele aanwezigen te spelen. Het opwekken van energie door middel van co-vergisting kost meer ruimte dan de conventionele vormen van energie. Wat als gevolg zal hebben dat het platteland de komende tijd aan veel veranderingen onderhevig is. Hierdoor moet de overheid ruimte scheppen voor energie opwekking en nieuwe randvoorwaarden stellen aan de inrichting van het platteland. Momenteel verandert het platteland sneller dan de wet- en regelgeving, waardoor er vaak onduidelijkheden ontstaan over het te voeren beleid. Dus er moet een discussie worden aangegaan over de nieuwe inrichting van het platteland en zo nodig zouden er risico's moeten worden genomen.



Tevens kwam de vraag "Wanneer is een vergister agrarisch dan wel industrieel" aan de orde. Dit bleek een erg moeilijk punt te zijn en een echt antwoord is er ook niet uit gekomen. Er was één gemeente die had gesteld dat een bouwblok tot twee ha. nog agrarisch is, en daarboven wordt het industrieel.



Voor de locatiekeuze van een co-vergister met WKK spelen een aantal argumenten. Het eerste is de aanwezigheid van grondstoffen. Dit is meestal bij de boer, dus ligt het voor de hand om de vergister daar te bouwen. Dan heeft de boer ook het eenvoudigst de controle over de productie.
Ten tweede de vraag hoe de warmte benut kan worden. Als dit in een openbare voorziening, zoals zwembad of ziekenhuis kan, dan moet de vergister daar in de buurt, met alle ruimtelijke-ordening consequenties van dien, worden geplaatst.
Een derde argument is het aantal transportbewegingen. Er moet worden gestreefd naar zo min mogelijk transportbewegingen.